De implementatie van psychosociale interventies

Vertrouwen, signalering, betrokkenheid, communicatie en gemak

De inzet van LPI’s blijft achter op de behoefte. Zo stelt GGD GHOR Nederland in haar tweede zogenaamde rapid needs assessment (RNA2) dat gemeenten een ‘wisselend en beperkt aanbod [hebben] van preventieve zorg en ondersteuning om mentaal welzijn te bevorderen.’ Ook expertisecentrum Pharos constateerde al in september 2022 in zijn verkenning naar de gezondheid van en kwaliteit van zorg voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland, dat preventieve psychosociale interventies nauwelijks worden ingezet. En van de 119 deelnemers aan een enquête van het LOOP gaven slechts 16 aan dat ze LPI’s inzetten in de gemeentelijke opvang. Hoe kan dit, als het belang zo evident is?

Barrières voor de inzet van LPI’s

Als belangrijkste barrières voor het goed inrichten van dit soort ondersteuning noemt het RNA o.a. de fragmentatie in de organisatie, onbekendheid met het aanbod en ingewikkelde en beperkte financieringsstromen. Aan deze barrières besteden we aandacht bij de onderdelen De overweging resp. De financiering. Een andere barrière is dat degenen die er baat bij hebben niet zomaar deelnemen aan een LPI.

Er zijn verschillende redenen die maken dat ontheemden uit Oekraïne niet om psychosociale hulp vragen en die accepteren wanneer ze die wel nodig hebben. Er heerst een taboe op het praten over psychische problemen die waarschijnlijk nog stamt uit het Sovjet-tijdperk. Psychiatrische zorgverlening was ten tijde van de Sovjet-Unie eigenlijk een systeem van onderdrukking en gekoppeld aan het strafrechtsysteem. Ook heersen er vooroordelen over psychische aandoeningen, in de zin dat ze aan zwakte worden gekoppeld. Terwijl Oekraïense ontheemden zichzelf een hoge druk opleggen om zich staande te houden. Zij willen hun land zo goed mogelijk vertegenwoordigen en kunnen worstelen met schuldgevoel omdat ze het land hebben verlaten. Vanwege deze uiteenlopende redenen kan er terughoudendheid zijn om deel te nemen aan een interventie.

Vijf drempelverlagende acties

Er zijn verschillende manieren om deze drempels te verlagen. Het is om te beginnen belangrijk dat je je bewust bent van de genoemde drempels en een actieve houding aanneemt bij het organiseren van laagdrempelige psychosociale interventies (LPI’s). Daarnaast zijn er meer specifieke dingen die je kunt doen. Inzet van LPI’s is namelijk het meest succesvol als je:

  1. werkt aan vertrouwen
  2. de vinger aan de pols houdt
  3. bewoners actief betrekt
  4. tijdig en helder communiceert
  5. deelname aan LPI’s gemakkelijk maakt.

Hoewel het best iets van het locatiemanagement vraagt, is het van belang om op ál deze punten in te zetten, om de interventies zo effectief mogelijk in te kunnen zetten. Hieronder behandelen we ze één voor één.

Werk aan vertrouwen

Als mensen zich veilig voelen, zijn ze eerder geneigd hulp te vragen en te accepteren. Daarom is het allereerst belangrijk om te werken aan vertrouwen. Als er een sterke vertrouwensband is tussen opvangbewoners en -medewerkers, zijn zij eerder bereid aan een LPI deel te nemen. Het werken aan vertrouwen doe je niet alleen tijdens de interventie, het is een structureel proces en vraagt tijd. Het begint ver voordat je voor het eerst met bewoners spreekt over LPI’s.

Dit doe je allereerst door zichtbaar te zijn, rond te lopen op locatie en laagdrempelige gesprekken te voeren. Ook kan het regelmatig voeren van vrijwillige één-op-ééngesprekken met bewoners de vertrouwensband sterk bevorderen. Houd hierbij rekening met culturele verschillen. Een training voor woonbegeleiders, in o.a. culturele sensitiviteit en gespreksvoering, kan hierbij helpen. Je kunt ook daarvoor opgeleide vrijwilligers of professionals inzetten, maar altijd als aanvulling op, nooit in plaats van het contact dat woonbegeleiders en locatiemanagement met bewoners hebben. Vertrouwen kun je immers niet ‘outsourcen’.

Aan vertrouwen werken doe je ook door er te zijn en te handelen als bewoners dat nodig hebben. En als mensen vragen hebben, is het van belang dat zij een helder en eerlijk antwoord krijgen. Als je keer op keer laat zien dat je in hun belang handelt en bereid bent iets extra’s te doen en als je ‘zegt wat je doet en doet wat je zegt’, zullen zij bereid zijn meer van je aan te nemen. Als zij zien dat ze goed geholpen worden, van de kleine tot de grote dingen, zullen zij ook eerder vertellen wat er speelt.

Het kan ook helpen om een Oekraïense psycholoog in te zetten, als coach of counselor, om een brug te vormen tussen de ontheemden en de opvangmedewerkers. Dat kan op verschillende manieren. Die kan bijvoorbeeld een spreekuur houden en rondlopen op locatie en laagdrempelige gesprekjes aanknopen met mensen in hun eigen taal. .

In dit opzicht is het ook goed om degene die de interventie geeft, voorafgaand aan de interventie uit te nodigen. Dan is er meer vertrouwen tussen deelnemer en trainer. Dat verlaagt drempels en zorgt voor meer bereidheid om deel te nemen aan een interventie. Zover wij weten gaan aanbieders van LPI’s hier in de regel zorgvuldig mee om, door vooraf een (soms zelfs uitgebreide) kennismaking te organiseren. Desalniettemin is het goed hier attent op te zijn.

Houd de vinger aan de pols

Het streven is dat LPI’s toegánkelijk zijn voor alle ontheemden uit Oekraïne, niet dat zij allemaal aan een interventie zouden moeten deelnemen. Bepaalde interventies zijn bovendien bedoeld voor mensen met specifieke klachten. (Zie ook het hoofdstuk De overweging.)

Het is daarom van belang dat je goed in de gaten houdt hoe het met bewoners gaat zodat je kunt zien (signaleren) wie baat heeft bij of toe is aan een interventie. Naast bovengenoemde activiteiten, zijn er ook zogenaamde signaleringstools – van Pharos en War Child bijvoorbeeld – die je hiervoor kunt gebruiken.

Houd er rekening mee dat signaleren en adviseren niet moet doorslaan naar bemoeienis. Het is goed om van volwassene tot volwassene een gesprek te voeren als je denkt dat iemand baat heeft bij deelname aan een interventie. Je kunt iemand niet ‘sturen’ of ‘verplichten’. Deelname blijft uit vrije wil.

Betrek bewoners actief

Naast het werken aan de vertrouwensband, is het belangrijk om ontheemden zelf te betrekken bij de organisatie van een interventie. Leg de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij hen. Het is in dat kader belangrijk hun input te vragen: waar hebben jullie behoefte aan? Sleutelpersonen kunnen hierbij helpen. Zij zijn vaak goed in staat om anderen te enthousiasmeren en mobiliseren en om hun ideeën te bundelen en kanaliseren. En vraag hun niet alleen wat ze willen, laat ze het ook zoveel mogelijk zelf regelen: contact met de aanbieder(s), (voor)selecteren van de interventie, werven van deelnemers, vastleggen van data en/of regelen van de locatie. Hoe groter de actieve betrokkenheid, hoe beter.

De bewoners kiezen zo een interventie die beter bij hun behoefte aansluit. Ook vergroot je zo het draagvlak, doordat bewoners ervaren dat ze invloed hebben op de keuze en het proces. Door Oekraïners te betrekken in de uitvoering, kun je met de ondersteuning beter aansluiten bij de specifieke culturele achtergrond. Bovendien heeft dit soort zelfregie een gunstig effect op het psychisch welzijn.

Communiceer tijdig en helder

Het is belangrijk dat bewoners tijdig op de hoogte zijn van de (mogelijkheid om deel te nemen aan de) LPI. Leg helder en in de eigen taal uit waarom de LPI aangeboden wordt, wat het doel is en hoe het praktisch georganiseerd is. Vermijd daarbij woorden als ‘psychologie’, ‘psycholoog’, ‘psychische klachten’ en gebruik woorden als ‘training’, ‘trainer’ en ‘je situatie’. Vaak is het beter om hierbij verschillende kanalen te gebruiken en te blijven herhalen. Het kan handig zijn om een telegramgroep (o.i.d.) voor bewoners te hebben waarin evenementen worden aangekondigd en sleutelpersonen hiervoor in te zetten.

Als bewoners zelf in de organisatie betrokken zijn, kunnen zij een belangrijke aanjager zijn om de interventie onder de aandacht van medebewoners te brengen.

Maak het gemakkelijk

Tot slot is het belangrijk om praktische drempels zo veel mogelijk weg te nemen. Dit doe je door rekening te houden met de situatie van de ontheemden. Als bijvoorbeeld veel van hen overdag een baan hebben, plan de interventie dan ’s avonds of in het weekend. Voor bewoners met kinderen kan het de drempel verlagen als je ervoor zorgt dat die worden opgevangen tijdens een activiteit. En als de LPI op een andere locatie plaatsvindt, help je met passend vervoer.

1. Het belang

Klachten van ontheemden vragen om interventies die erger voorkomen en
veerkracht en integratie bevorderen

2. De implementatie

Werk aan vertrouwen, zorg voor signalering en betrokkenheid, communiceer helder en tijdig, en maak deelname gemakkelijk

3. De overwegingen

Bepaal je keuze o.b.v. leeftijd, doel en groepsgrootte. Let op de kwaliteit van LPI's die je zelf kiest

4. De financiering

Om LPI's te bekostigen kun je de BooO van de NOO en de meerkostenregeling 

van VWS gebruiken

5. Start met de Keuzehulp

Deze tool helpt je om op basis van een paar eenvoudige kenmerken te zien welke interventies de meest passende zijn

6. Literatuurlijst

Bronnen van de feiten die we hebben gebruikt voor deze handreiking

Oekraïense vluchtelingen hebben verschillende ondersteuningsvragen- en behoeften. Een deel van hen ervaart milde psychische klachten; normale reacties op een abnormale situatie. Soms is er sprake van ernstige psychische klachten, overlast en/of middelenmisbruik. Dat roept allerlei vragen op.

Keuzehulp
Deze tool helpt je om op basis kenmerken te zien welke interventies de meest passende zijn

Leeftijd
Kinderen, jongeren en volwassenen hebben verschillende behoeften en problemen. Bepaal voor welke leeftijd(sgroepen) de LPI nodig is.
Doel
LPI’s richten zich óf op veerkracht en zelfredzaamheid (t.b.v. het voorkómen van mentale problemen) óf op het verminderen van psychische klachten.
Vorm
De keuze tussen een individuele of groepsinterventie is een afweging tussen privacy vs. sociale steun en een gerichte aanpak vs. meer algemene aanpak, en van flexibiliteit in planning en kosten.