Good practice - preventieve ondersteuning & overlast

De verpleegkundigen vangen signalen op en adviseren ons hoe we met situaties om kunnen gaan. Zo zijn we goed op de hoogte. We kunnen er vroeg bij zijn en ik denk dat we daarom weinig overlast hebben.’

Team van verpleegkundigen, gespecialiseerde opvanglocaties en een speciaal wijkteam helpen overlast te verminderen in Rotterdam 

Gezien het grote aantal Oekraïners dat Rotterdam huisvest (ca. 2.500, onder wie relatief veel medische evacués), zijn er uiteenlopende hulp- en zorgvragen.’ Als mensen niet geholpen worden, kan hun situatie verergeren. Daarom wil de gemeente Rotterdam er snel bij zijn. Maar zij loopt daarbij aan tegen problemen binnen het Nederlandse zorgsysteem. Lange wachtlijsten om gezien te worden door een huisarts maken het moeilijk in kaart te brengen wat mensen nodig hebben, want de huisarts is immers degene die de eerste diagnose stelt. En áls iemand een indicatie heeft, zijn er weer lange wachtlijsten om gespecialiseerde zorg te krijgen. Met oog op de lange wachtlijsten, hoe kan je dan toch snel in kaart brengen wat iemand nodig heeft? En hoe bied je goede ondersteuning aan mensen die op een behandeling wachten?

Om antwoord te krijgen op deze vragen startte de gemeente Rotterdam in samenwerking met de GHOR met vaste teams van verpleegkundigen die op sommige locaties vast werken. Zij screenen bewoners binnen de opvang op fysieke en psychische problemen en brengen in kaart welke zorg mensen nodig hebben. En voor de mensen die zorg nodig hebben, zijn verschillende zorglocaties opgezet met gespecialiseerd personeel waar deze mensen kunnen worden geplaatst, waaronder een speciaal wijkteam gericht op ondersteuning van Oekraïners. De zorgprofessionals brengen de hulpbehoefte vroeg in kaart en ondersteunen de bewoners op locatie. Zo krijgen mensen in een vroeg stadium ondersteuning en kunnen overlastgevende bewoners met een onderliggende zorgvraag worden overgeplaatst naar een locatie met meer begeleiding. Dit draagt eraan bij dat de opvanglocaties in Rotterdam weinig te maken hebben met overlast.

Lessen voor de opvang:

  1. Schakel de hulp in van de GHOR om de zorg in de opvang te organiseren.
  2. Breng zo vroeg mogelijk in kaart welke ondersteuning bewoners nodig hebben.
  3. Werk regionaal samen met andere gemeentes en de GHOR om locaties specifiek in te delen naar verschillende hulpbehoeftes.

‘Is het nou zo veel anders dan wat we normaal zien in Nederland?’

Eva Reekers, projectmanager Opvang Oekraïense Vluchtelingen voor de gemeente Rotterdam, zag dat opvanglocaties worstelden om bewoners gediagnostiseerd of behandeld te krijgen: ‘Het zorgsysteem zit vast, er zijn lange wachtlijsten. Binnen die context proberen we te handelen en mee te denken: hoe kunnen we er zo snel mogelijk bij zijn en in contact komen zodat dingen niet escaleren? We proberen te relativeren: is het nou zo veel anders dan wat we normaal zien in Nederland? Daarom vroegen we de GHOR om advies.’

Hieruit ontstond een samenwerking tussen de gemeente Rotterdam en de regionale GHOR. Ze startten met een team van verpleegkundigen op de locatie. De GHOR levert het team van verpleegkundigen die werken op meerdere opvanglocaties in de regio Rotterdam-Rijnmond.

‘Mensen krijgen andere medicatie dan ze gewend waren in Oekraïne.’

De aanwezigheid van verpleegkundigen op locatie heeft verschillende voordelen. Zo bieden de verpleegkundigen zorg, bijvoorbeeld door het toedienen van medicatie of het verzorgen van wonden. Bovendien kan een gespecialiseerd verpleegkundige bepaalde medicatie, zoals insuline, voorschrijven, of mensen wijzen op de mogelijkheid online herhaalrecepten aan te vragen via de Arene-app. De bewoners hebben direct toegang tot zorg en zo voorkomt Rotterdam dat mensen lang moeten wachten op zorg en hun situatie verslechtert.

Daarnaast hebben de verpleegkundigen ook een informatieve rol en maken zij mensen wegwijs in het Nederlandse zorgsysteem. Bewoners hebben direct toegang tot medische kennis en hoeven voor medische vragen niet te wachten tot een afspraak bij de huisarts voor informatie. Volgens Eva was dit vanwege de taalbarrière en cultuurverschillen niet altijd even gemakkelijk: ‘In het begin was het lastig. Mensen krijgen andere medicatie dan ze gewend waren in Oekraïne. We hebben vanaf het begin veel tijd gestoken in het informeren hoe de Nederlandse zorg werkt, door bijvoorbeeld informatieavonden te organiseren met behulp van tolken. En er komen voortdurend nieuwe mensen, dus je moet blijven investeren.’

‘We kunnen er vroeg bij zijn en ik denk dat we daarom weinig overlast hebben.’

Naast het bieden van medische ondersteuning en voorzien van informatie, brengen de verpleegkundigen in kaart welke medische en psychische zorg mensen nodig hebben. Zij screenen alle bewoners om de zorgbehoefte te achterhalen en verwijzen door als iemand hulp nodig heeft van een behandelaar. Ook kunnen de verpleegkundigen de gemeente adviseren iemand over te plaatsen naar een locatie die beter aansluit bij een specifieke zorgbehoefte. Eva ziet dat dankzij informatie van het team dat de gemeente er eerder bij is: ‘De verpleegkundigen vangen signalen op en adviseren ons hoe we met situaties om kunnen gaan. Zo zijn we goed op de hoogte. We kunnen er vroeg bij zijn en ik denk dat we daarom weinig overlast hebben.’

‘Soms past iemand beter op een plek met meer beveiliging, een ander heeft baat bij dagbesteding of privacy.’

Gemeente Rotterdam heeft dertig opvanglocaties en het grote aantal geeft kansen om locaties aan te laten sluiten op de behoefte van een specifieke doelgroep. Volgens Eva is het daarom makkelijker een passende omgeving voor bewoners te vinden en kan het helpen iemand te verplaatsen om overlast tegen te gaan: ‘Soms past iemand beter op een plek met meer beveiliging, een ander heeft baat bij dagbesteding of privacy. Soms veranderen we iemand van locatie bij overlast. Een andere omgeving kan helpen. We kijken daarbij heel goed naar de groepsdynamiek. We hebben dertig locaties dus we hebben ook meer keus.’

Zo heeft gemeente Rotterdam, in samenwerking met andere gemeentes in de regio, naast de reguliere opvang ook enkele locaties die speciaal ingericht zijn om passende zorg te bieden aan specifieke doelgroepen. Er is bijvoorbeeld een locatie ingericht als herstelcentrum, voor mensen die alleen tijdelijke zorg nodig hebben en na herstel weer naar een reguliere opvanglocatie kunnen. Deze groep is over het algemeen zelfstandig en heeft aan lichtere ondersteuning vaak genoeg. In aanvulling beschikt de gemeente over een locatie voor mensen met lichamelijke problemen, zoals slechthorenden of personen met een veelvoudige handicap. Deze groep heeft over het algemeen juist meer ondersteuning nodig. Op deze locatie is dan ook extra (zorg)personeel aanwezig om deze groep hulp te bieden.

Mensen die wachten op een behandeling worden zo goed mogelijk ondersteund

Tot slot heeft de gemeente een woonboerderij waar mensen verblijven die langdurige psychosociale begeleiding nodig hebben. Binnen deze doelgroep zitten onder andere mensen met een ggz-indicatie. Er is personeel aanwezig met ervaring binnen de ggz. In aanvulling wordt specialisten van buitenaf ingeschakeld voor de uitvoering van specialistische zorg. Door expertise in te zetten die aansluit bij de doelgroep kan de gemeente mensen die wachten op een behandeling zo goed mogelijk ondersteunen.

‘In enkele gevallen kan voorkomen worden dat iemand de reguliere zorg in hoeft.’

Naast de verpleegkundige heeft de gemeente Rotterdam wijkteams opgezet die focussen op de Oekraïense doelgroep. Voor Oekraïners gelden specifieke regelingen en er moet gewerkt worden met tolken, dus de gemeente acht het belangrijk dat er expertise is die aansluit bij de doelgroep. Daarom kunnen de wijkteams onder andere beschikken over een gedragswetenschapper, gezin coaches of medewerkers met ervaring met het werken met kinderen met een beperking of de GGZ. Diversiteit van kennis. Zij kunnen snel worden ingeschakeld om de locaties te ondersteunen, en kunnen doorverwijzen indien nodig.

Voor mensen met psychische klachten, is het prettig dat ze toch ondersteuning krijgen, van verpleging en wijkteams. Eva merkt dat door de inzet van de verpleegkundigen en wijkteams het lukt om brede zorg te bieden: ‘In combinatie kunnen de wijkteams en verpleegkundigen zowel preventieve als curatieve zorg bieden en in enkele gevallen kan voorkomen worden dat iemand de reguliere zorg in moet. We hebben al vroeg in kaart wat er nodig is en zo kunnen we snel doorverwijzen naar bijvoorbeeld Wmo of jeugdzorg.’

‘Fijn als alle regio’s dit samen oppakken en er interregionaal afspraken gemaakt worden.’

Ondanks de stappen die gemeente Rotterdam heeft gezet, loopt de gemeente nog altijd tegen bepaalde punten aan. Voor zorg die verder gaat dan wat de verpleging en wijkteams kunnen bieden, kan het lang duren voordat iemand geïndiceerde hulp kan krijgen. Daarnaast is het onduidelijk of de gemeente in de toekomst gebruik kan maken van de verpleegkundigen van de GHOR, aangezien de financiering tijdelijk is. Eva zou graag zien dat de regionale samenwerking blijft en dat er aanvullend ook interregionale afspraken worden gemaakt: ‘Iedere regio heeft het nu anders georganiseerd. Gemeentes moeten zelf op zoek naar oplossingen. Dat is enorm ingewikkeld. De GHOR adviseert ons en coördineert de samenwerking binnen de regio. Dit werkt enorm goed. Maar wat gebeurt er straks? Het zou fijn als alle regio’s dit samen oppakken en er interregionaal afspraken gemaakt worden.’

Mogen we u wat vragen?

Om te weten of we onze doelgroep bereiken, zijn we benieuwd naar uw functie.
Bent u: